Strandjutters zijn illegale werkers. Zij 'ontfermen' zich over zaken die niet de hunne zijn. Maar zij nemen het niet zo nauw met de regels van het spel. Regels zijn er om te worden nageleefd. Maar als regels worden nageleefd, is het uit met het spel. Ook met dat van de strandjutter. Alles wat aanspoelt beeft in principe een eigenaar.

De regels
In vele gevallen kan
een verzekeringsmaatschappij aanspraak maken op 'zijn' aanspoelsel.
Wanneer op het terrein van de strandvonderij dingen van waarde,
afkomstig uit zee, liggen opgeslagen, is het gebruikelijk dat deze van
tijd tot tijd via openbare verkopingen van de hand worden gedaan. Er
komen daartoe advertenties in de dagbladen. De maatschappij kan tegen
vergoeding van het borgloon recht doen gelden op de spullen.
Anders wordt het publiek verkocht en krijgt de vinder een derde deel van de opbrengst van zijn geveilde vondsten.  De praktijk
Met heel veel aanspoelsels gebeurt dit echter niet. Daar zorgen de
strandjutters voor. De spoeling op het strand is de laatste jaren erg
dun geworden. De buit wordt kleiner en moet door de jutters gedeeld
worden. Wie het eerst komt, het eerst maalt. De romantiek van vroeger
is niet meer.
Legale jatter
De burgemeester-strandvonder heeft jaarlijks nog een vaatje olie, een
stuk of 20 balken van een meter of vier en een dooie zeehond om te
noteren. Daar blijft het doorgaans bij. De rest wordt door de jutters
weggekaapt. Maar erg opzienbarend is het allemaal niet meer. Schepen
zijn zeewaardiger dan vroeger, hebben hun deklast beter verpakt,
dikwijls in container. Gelukkig voor de jutters is er de laatste 15
jaar toch nog een aantal containers overboord geslagen. Zo kon men zich
o.a. te goed doen aan plastic bekers, sigaretten, bevroren kalkoenen,
Russische koelkasten, bleekwater, overhemden, speelgoed en veel nieuw
hout. Veel verdween buiten bet zicht van de strandvonder want een
jutter is 'een legale jatter' met zijn eigen normen en waarden! |